Openbaring 20 | Politieke onthoofding | Opstanding, terugkeer en opwekking

Openbaring 20 refereert aan gelovigen die na de reeks beschreven veroordelingen na de opname uiteindelijk hun leven zullen geven voor hun geloof in Jezus, de Antichrist niet zullen volgen noch zijn merkteken van loyaliteit zullen aanvaarden:

Openbaring 20:4-6 En ik zag tronen, en zij zaten daarop; en het oordeel werd hun gegeven; en [ik zag] de zielen dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en zijn beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren. 5 Maar de overigen der doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaren geëindigd waren. Deze is de eerste opstanding. 6 Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren. (SVV).

resurrection

Vanaf Openbaring 20:4 wordt vervolgens het begin van het 1000 jarig koninkrijk of vrederijk beschreven (dit wordt in deze blog beschreven). Tweemaal wordt gesproken over hen die “met Christus duizend jaren regeren” (20:4, 6).

We vragen ons af wie de “zij” in Openbaring 20:4 zijn. Er wordt in dit vers niets over gezegd en daarom vergelijken we het met andere Schriftverwijzingen. Een logische opbouw van de gebeurtenissen: In Openbaring 19:4 worden de 24 oudsten voor het laatst in de hemel gezien en vermeld. Daarna komt de hemelse bruiloft van het Lam, Jezus (Openbaring 19:6-10). Daarna verschijnt de Heer van de hemel (Openbaring 19:11-13), gevolgd door zijn hemelse legerscharen (Openbaring 19:14). Na het oordeel over de vijanden (Openbaring 19:20, 21) en het binden van de Satan (Openbaring 20:1-4), ziet Johannes de heiligen, die met Jezus vanuit de hemel neerdaalden, op tronen zitten. Daarnaast beschikken we nog over volgende Schriftverwijzingen:

Hebreeën 2:5: Want niet aan engelen heeft Hij onderworpen het toekomstige aardrijk waarover wij spreken.

Mattheus 19:28: Jezus nu zei tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal zitten op de troon van zijn heerlijkheid, u ook op twaalf tronen zult zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen.

Lukas 22:29, 30: En Ik beschik u een koninkrijk, zoals mijn Vader Mij heeft beschikt, opdat u eet en drinkt aan mijn tafel in mijn koninkrijk en op tronen zit om de twaalf stammen van Israël te oordelen.

1 Koningen 6:2, 3: Of weet u niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En als door u de wereld wordt geoordeeld, bent u dan onwaardig voor de geringste rechtszaken? Weet u niet, dat wij engelen zullen oordelen?

Op 3:21: Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, zoals ook Ik overwonnen en Mij gezet heb met mijn Vader op zijn troon.

Het zullen geen engelen zijn, maar de gemeente, die op die tronen zal zitten, samen met de oudtestamentische gelovigen die samen met de bruid worden opgenomen. Daarná zien we de heiligen tot leven komen die in de 7 jarige tijd van verdrukking als martelaren stierven. Eerder in Openbaring zien we hen als “zielen onder het altaar: Op 6:9, en ook als harpspelers: Op 14:2, 3 en 15:2, 3.  Deze opgestane verheerlijkte heiligen zullen eveneens met Jezus duizend jaar regeren.

  • De heiligen die ná de opname en vóór de periode van God’s wraak (deze begint het midden van de zevenjarige verdrukking, na het Teken van Openbaring 12, hier beschreven) werden omgebracht. Het zijn “de zielen onder het altaar” (Openbaring 6:9), “de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd zijn” (Openbaring 20:4). Zij hebben het evangelie verkondigd vóór de laatste 3,5 jaar. Zij komen tot leven na de grote verdrukking, vermeld in Openbaring 20:4. Zij moeten wachten op de volgende groep martelaren.
  • De heiligen die tijdens de periode van God’s wraak (de laatste 3,5 jaar van de 7 jarige verdrukking) werden omgebracht (Openbaring 6:11; vgl. 6:9) en die “het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken van het beest in hun voorhoofd en in hun hand ontvangen hebben” (Openbaring 20:4; 13:15; 15:2). Ook zij komen tot leven na de 7 jarige verdrukking, vermeld in Openbaring 20:4.
  • Eén groep is in dit gegeven buiten beschouwing gebleven: de oudtestamentische gelovigen. Openbaring zegt er niets expliciets over, dus laten we kijken wat het Oude Testament erover zegt:

Daniel 7:9: Terwijl ik bleef toekijken, werden tronen opgesteld, en een Oude van dagen zette Zich neder; zijn kleed was wit als sneeuw en zijn hoofdhaar blank als wol; zijn troon bestond uit vuurvlammen, de raderen daarvan uit laaiend vuur;

Daniel 7:22: totdat de Oude van dagen kwam en recht verschaft werd aan de heiligen des Allerhoogsten en de tijd naderde, dat de heiligen het koningschap in bezit kregen.

Daniel 7:27: En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen.

Daniel 12:1, 2: Te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe. Maar in die tijd zal uw volk ontkomen: al wie in het boek geschreven wordt bevonden. Velen van hen die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen.

Daniel 12:13: Maar gij [Daniël], ga het einde tegen, en gij zult rusten en opstaan tot uw bestemming aan het einde der dagen. Js 26:19-21: Herleven zullen uw doden – ook mijn lijk -, opstaan zullen zij. Ontwaakt en jubelt, gij, die woont in het stof! Want uw dauw is een dauw van licht; en de aarde zal aan de schimmen het leven hergeven. Kom, mijn volk, ga in uw binnenkamers, en sluit uw deuren achter u; verberg u een korte tijd, tot de gramschap over is. Want zie, Jahweh verlaat zijn plaats om de ongerechtigheid der bewoners van de aarde aan hen te bezoeken; dan zal de aarde het op haar vergoten bloed aan het licht brengen en haar verslagenen niet langer bedekken.

Dit komt overeen met Openbaring 20:4.

Allen in Openbaring 20:4 zullen als priesters-koningen 1000 jaren regeren. Allen die aan de eerste opstanding deel hebben “zullen priesters van God en van Christus zijn en met Hem de duizend jaren regeren” (20:6b). De gemeente zingt hierover in Openbaring 1:5, 6. De heiligen in de hemel zingen erover in Openbaring 5:10. Petrus spreekt in meer algemene zin van alle heiligen en zegt tot hen: “U echter bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom” (1 Petrus 2:9). En ook de oudtestamentische gelovigen zullen erin delen. In Openbaring 20:6 zien we verder: “zij zullen priesters van God en van Christus zijn”. Eerder waren de 24 oudsten priesters vóór God (Op 1:6 en 5:10). Zij brachten toen hun voorbede voor de vervolgde gelovigen op aarde. Hier zien we hen echter uit de hemel komen om ook priesters te zijn voor de aarde, geen priesters die mensen vertegenwoordigen bij God, maar priesters die God vertegenwoordigen bij de mensen op aarde. Dat is overeenkomstig de functionele identiteit van Jezus zelf als koning en priester.

Regeren over wie?

Als laatste categorie zullen er ook mensen op aarde zijn die geloofd zullen hebben tijdens de periode van “het uur der verzoeking”, maar die de marteldood niet zullen sterven. Die (en hun nageslacht)  zullen op aarde blijven en zij mogen als de “schapen” van Mattheus 25:32-34 het 1000 jarig koninkrijk ingaan. Dit zijn o.a. de 144.000 uit Israël (Openbaring 7), evenals de menigte uit de volken, die uit de 7 jarige verdrukking komen en ingaan in het koninkrijk. Zij zullen op aarde de onderdanen van Jezus zijn, terwijl de hemelse en opgestane heiligen mederegenten met hem zijn.

Zoals we in het bovenvermelde overzicht (Raisings, Returnings and Resurrections van Informedchristians.com ) zien, moeten we een variatie in soorten opstanding onderscheiden: de eerste opstanding (Openbaring 20:5-6), vóór de 1000 jaar, en naar analogie daarvan nog een tweede opstanding die echter ná de 1000 jaar plaatsvindt. De eerste opstanding is een opstanding uit de doden (Mark 9:9). Dit betekent dat sommigen in het dodenrijk zullen blijven terwijl anderen zullen opstaan. Dit was zo het geval met de Jezus, en dit zal met de opname van de Gemeente ook het geval zijn. “Of ik enigszins moge komen tot de wederopstanding der doden”, schrijft Paulus (Filippenzen 3:11; vgl. Lukas 20:35). Dit is de opstanding van de “rechtvaardigen” (Lukas 14:14), of “van het leven” (Johannes 5:28, 29). De tweede opstanding is die van de doden. Dit betekent de opstanding van allen die in het dodenrijk achtergebleven zijn. Het zijn zij die in hun zonden zijn gestorven, die van de “onrechtvaardigen” (Handelingen 24:15), en “ten oordeel” (Johannes 5:29).

Die eerste opstanding is evenwel opgedeeld in verschillende fasen. Zij begint met de opstanding van Christus en eindigt met de opstanding van de martelaren uit de 7 jarige verdrukking. Daarna maken we een sprong van 1000 jaar: “Maar de overigen der doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaren geëindigd waren” (20:5). Uit de samenhang blijkt dat deze laatsten slechts ongelovig gestorven kunnen zijn. Uit 20:6 volgt dat degenen die bij de tweede opstanding worden opgewekt, níét “zalig en heilig” zijn, maar vervallen aan de “tweede dood”. De ongelovige doden worden na de 1000 jaar weer levend en met een lichaam opgewekt, en zullen na het oordeel in 20:11-15 naar de “hel” (Gr. gehenna, Mattheus 10:28) gaan, de “tweede dood” (20:6, 14). De eerste dood is lichamelijk en tijdelijk; de tweede dood is geestelijk en is een eeuwige verwijdering van God (2 Thessalonicenzen 1:9; Mattheus 10:28).

Van de gelovigen wordt zelfs ná hun lichamelijke dood gezegd dat zij “leven”; God is immers een God van “levenden” (Mattheus 22:32; Lukas 20:38). Bij de dood van Lazarus zei Jezus tegen Martha: “Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven, en een ieder, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid” (Johannes 11:25-26). In zijn rede tot de Joden zei de Heer ook: “Zo iemand Mijn woord zal bewaard hebben, die zal de dood niet zien in eeuwigheid” (Johannes 8:51). Zo iemand “is uit de dood overgegaan in het leven” (Johannes 5:24). Johannes zegt het ook zo: “Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven” (1 Johannes 3:14). Anderzijds zijn ongelovigen reeds vóór hun lichamelijke dood reeds “doden” (Kor 2:13) en zelfs nog ná hun opstanding (Openbaring 20:12).

 

Genadevolle dood

iStock-465131950

Guillotine gebaseerde onthoofding, hoewel gruwelijk om te aanschouwen, is een genadevolle, menswaardige manier om te sterven aangezien het snel en pijnloos is. De praktische uitwerking van de guillotine is onmiddelijke doorsnijding van de zenuwbanen naar de hersenstam. De zuivere snee verlamt het lichaam compleet na het doorsnijden van de wervels, dus pijnreceptoren verzenden geen signalen meer zodra de zenuwen worden verbroken en het lichaam niet meer functioneert. 

Hoewel het opgeven van het leven geen lichtvaardige keuze kan zijn, is het geboden alternatief ten tijde van de beproevingen na de opname als beschreven in Openbaring 20, namelijk de consequenties van onherstelbare corruptie van het menselijk DNA na acceptatie van het zogeheten ‘merkteken van het beest’ (hier uitgebreid toegelicht) en aldus verdoeming in de hel waarbij mensen bewust en eeuwigdurend lijden zullen ondergaan onvergelijkbaar erger en bovendien onherroepelijk.

God zal mensen die hem nabij zijn altijd met liefde en kracht bijstaan, zeker op hun moment van hun grootst denkbare lijden, nood en sterven. We worden bovendien in de Bijbel opgedragen onze lasten, lijden en de dood van ons lichaam niet te vrezen, alleen de almachtige God die zowel zorg draagt voor onze eeuwige ziel als hierover machtig is.

Zo lezen we in Spreuken 9:1:

De opperste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd; Zij heeft Haar zeven pilaren gehouwen. 2 Zij heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht. 3 Zij heeft Haar dienstmaagden uitgezonden; Zij nodigt op de tinnen van de hoogten der stad: 4 Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij: 5 Komt, eet van Mijn brood, en drinkt van den wijn, dien Ik gemengd heb. 6 Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands. 7 Wie den spotter tuchtigt, behaalt zich schande; en die den goddeloze bestraft, zijn schandvlek. 8 Bestraf den spotter niet, opdat hij u niet hate; bestraf den wijze, en hij zal u liefhebben. 9 Leer den wijze, zo zal hij nog wijzer worden; onderwijs den rechtvaardige, zo zal hij in leer toenemen. 10 De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid, en de wetenschap der heiligen is verstand. 11 Want door Mij zullen uw dagen vermenigvuldigen, en de jaren des levens zullen u toegedaan worden. 12 Indien gij wijs zijt, gij zijt wijs voor uzelven; en zijt gij een spotter, gij zult het alleen dragen. 13 Een zotte vrouw is woelachtig, de slechtigheid zelve, en weet niet met al. 14 En zij zit aan de deur van haar huis, op een stoel, op de hoge plaatsen der stad; 15 Om te roepen degenen, die op den weg voorbijgaan, die hun paden recht maken, zeggende: 16 Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts; en tot den verstandeloze zegt zij: 17 De gestolen wateren zijn zoet, en het verborgen brood is liefelijk. 18 Maar hij weet niet, dat aldaar doden zijn; haar genoden zijn in de diepten der hel.

En stelt Mattheus in 10:28:

En vreest niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel. 29 Worden niet twee musjes om een penningsken verkocht? En niet een van deze zal op de aarde vallen zonder uw Vader. 30 En ook uw haren des hoofds zijn alle geteld. 31 Vreest dan niet; gij gaat vele musjes te boven. 32 Een iegelijk dan, die Mij belijden zal voor de mensen, dien zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. 33 Maar zo wie Mij verloochend zal hebben voor de mensen, dien zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.

En bemoedigen Paulus en Timotheus ons tot slot in het boek Filipenzen 1:

1 Paulus en Timotheus, dienstknechten van Jezus Christus, al den heiligen in Christus Jezus, die te Filippi zijn, met de opzieners en diakenen: 2 Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus. 3 Ik dank mijn God, zo dikwijls als ik uwer gedenk. 4 (Te allen tijd in al mijn gebed voor u allen met blijdschap het gebed doende) 5 Over uw gemeenschap aan het Evangelie, van den eersten dag af tot nu toe; 6 Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus; 7 Gelijk het bij mij recht is, dat ik van u allen dit gevoel, omdat ik in mijn hart houde, dat gij, beide in mijn banden, en in mijn verantwoording en bevestiging van het Evangelie, gij allen, zeg ik, mijner genade mede deelachtig zijt. 8 Want God is mijn Getuige, hoezeer ik begerig ben naar u allen, met innerlijke bewegingen van Jezus Christus. 9 En dit bid ik God, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in erkentenis en alle gevoelen; 10 Opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot den dag van Christus; 11 Vervuld met vruchten der gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn tot heerlijkheid en prijs van God. 12 En ik wil, dat gij weet, broeders, dat hetgeen aan mij is geschied, meer tot bevordering van het Evangelie gekomen is; 13 Alzo dat mijn banden in Christus openbaar geworden zijn in het ganse rechthuis, en aan alle anderen; 14 En dat het meerder deel der broederen in den Heere, door mijn banden vertrouwen gekregen hebbende, overvloediger het Woord onbevreesd durven spreken. 15 Sommigen prediken ook wel Christus door nijd en twist, maar sommigen ook door goedwilligheid. 16 Genen verkondigen wel Christus uit twisting, niet zuiver, menende aan mijn banden verdrukking toe te brengen; 17 Doch dezen uit liefde, dewijl zij weten, dat ik tot verantwoording van het Evangelie gezet ben. 18 Wat dan? Nochtans wordt Christus op allerlei wijze, hetzij onder een deksel, hetzij in der waarheid, verkondigd; en daarin verblijd ik mij, ja, ik zal mij ook verblijden. 19 Want ik weet, dat dit mij ter zaligheid gedijen zal, door uw gebed en toebrenging des Geestes van Jezus Christus. 20 Volgens mijn ernstige verwachting en hoop, dat ik in geen zaak zal beschaamd worden; maar dat in alle vrijmoedigheid, gelijk te allen tijd, alzo ook nu, Christus zal groot gemaakt worden in mijn lichaam, hetzij door het leven, hetzij door den dood. 21 Want het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin. 22 Maar of te leven in het vlees, hetzelve mij oorbaar zij, en wat ik verkiezen zal, weet ik niet. 23 Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste. 24 Maar in het vlees te blijven, is nodiger om uwentwil. 25 En dit vertrouw en weet ik, dat ik zal blijven, en met u allen zal verblijven tot uw bevordering en blijdschap des geloofs; 26 Opdat uw roem in Christus Jezus overvloedig zij aan mij, door mijn tegenwoordigheid wederom bij u. 27 Alleenlijk wandelt waardiglijk het Evangelie van Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik afwezig ben, ik van uw zaken moge horen, dat gij staat in een geest, met een gemoed gezamenlijk strijdende door het geloof des Evangelies; 28 En dat gij in geen ding verschrikt wordt van degenen, die tegenstaan; hetwelk hun wel een bewijs is des verderfs, maar u der zaligheid, en dat van God. 29 Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden; 30 Denzelfden strijd hebbende, hoedanigen gij in mij gezien hebt, en nu in mij hoort.

 

Voor nadere studie:

Hier lees je een Engelstalig artikel dat ik heb geschreven over de methode, historische context en motivatie achter de bestraffing door onthoofding zoals beschreven in Openbaring 20.

Schermafbeelding 2018-07-15 om 14.30.15

 

Tevens een artikel van T. Nuiten (juni 2019) getiteld:

“President Donald Trump & de “Equality Law”; de Verborgen Agenda Betreffende Homoseksualiteit; Trump & de Noahidische Wetten. De ADL & de Lubavitcher Beweging: Twee Kanten van Dezelfde Munt? Doodsvonnis Christenen & Homoseksuelen; de Guilottines als Ultieme Strafwerktuigen & Meer.”

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

WordPress.com.

Omhoog ↑